picture

Kleding

De kleding van De Grunneger Daansers dateert uit de periode 1850-1860.

De dames dragen op het hoofd een zilveren oorijzer met gouden filigrain stiften. Onder het oorijzer komt  eerst een witte ondermuts (om het haar onder te verstoppen) en dan een zwart mutsje “klöt” genoemd. Daaroverheen wordt het oorijzer geplaats en als laatste de mooie kanten floddermuts met zeven of negen grote plooien. Deze wordt vastgezet met gouden spelden. Het kostuum bestaat uit een jak met schoot en een onder- en bovenrok. Aan een lus wordt nog een zilveren beugeltas gedragen. Over het jak komt een tipdoek en op de rok een schort. Allebei van bedrukt katoen. De dames dragen witte gebreide katoenen kousen en zwarte leren schoenen met zilveren gespen. Om de hals wordt meest een granaten ketting gedragen. Verder dragen zij bijpassende oorbellen en een broche. Om de pols komt nog een bijpassende armband. Wanneer het erg koud is dragen de dames nog een cape.

De heren dragen een zwarte fluwelen klap-kuitbroek. Een linnen hemd met gouden of zilveren halsknopen. Daarover een rood, paars of groen hemdrok. Witte gebreide kousen en net als de dames, zwarte schoenen met zilveren gespen. Het geheel wordt gecompleteerd met een zilveren signatuur. Dit is een horlogeketting met een sleuteltje om het horloge op te winden en twee signetten, waarvan men vroeger één gebruikte om zijn initialen in de lak op een brief te drukken en de ander om de kalken pijp te doven. Bij koud weer kunnen de heren nog een slipjas dragen met een hoge hoed.

De stof waarvan het dameskostuum en het hemdrok van de heren gemaakt is heet vijfschacht: stof, geweven op een weefgetouw met vijf schachten. Het bestaat uit een linnen inslag met een wollen draad. Het geheel geeft een kleurig beeld van de streekdracht rond 1850.